Vanaf 2027 gelden er strengere regels voor erfafspoeling bij agrarische bedrijven in Nederland, voortvloeiend uit de Kaderrichtlijn Water. Naast de bekende maatregelen voor mesttoediening en bufferstroken gelden regels voor het agrarische erf. Vanaf 2027 is het verplicht om maatregelen te nemen om de afspoeling van verontreinigd erfwater naar oppervlaktewater te voorkomen. Voor de glastuinbouw is het doel om nagenoeg een nullozing van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen te bereiken. Hierbij moet gedacht worden aan:
Aanleg wasplaats met zuivering: Het inrichten van een wasplaats voor machines, waarbij het afspoelwater wordt opgevangen en gezuiverd.
Verharding aanpassen: Het afschot van het erf aanpassen, zodat regenwater niet via vervuilde plaatsen (zoals mestopslag,sleufsilo’s of koepaden) in de sloot terechtkomt.
Afkoppelen hemelwater: Door bijvoorbeeld het plaatsen van dakgoten schoon hemelwater van daken te scheiden van vuil erfwater.
Voeropslagen: Voeropslagen voor bijproducten, kuilvoer e.d. mogen niet afwateren naar het oppervlaktewater. Deze moeten zo zijn ingericht dat er geen percolaatwater (perssap) of verontreinigd regenwater wegloopt. Opslagen moeten bij voorzien zijn van een vloeistofkerende of -dichte vloer, waarbij de opvang van perssappen en afspoelwater is geregeld (bijvoorbeeld via een silo of mestkelder).
Tijdelijke opslag: De regels voor tijdelijke opslag van voer en vaste mest worden strenger gehandhaafd om uitspoeling naar bodem en water te voorkomen.